Vasten in de bijbel


Info
Vasten hoort tot de traditie van zowel het jodendom als het christendom.

De verzameling heilige boeken die christenen het OUDE TESTAMENT zijn gaan noemen, zijn in feite allemaal afkomstig uit het jodendom. Het is hun bijbel of TENACH, genoemd naar de eerste letters van de drie grote onderdelen Thora (Wet), Nebi’im (profeten)en Chetuvim (geschriften). De meeste van de vastendagen uit de Tenach die hieronder beschreven zijn, worden ook nu nog in het jodendom onderhouden.
Christenen kennen daarnaast de boeken van het NIEUWE TESTAMENT, die verdeeld worden in de vier Evangelies, het boek van de Handelingen, de brieven van de apostelen en het boek van de Openbaring.

Hieronder vindt u hoe er over vasten gedacht wordt in het Oude en het Nieuwe Testament.

Vasten in het Oude Testament
In het Oude Testament wordt slechts een algemeen voorgeschreven vasten- en boetedag genoemd: de Grote Verzoendag (Jom Kippoer). Tot op de dag van vandaag wordt deze dag gevierd in het jodendom.
‘Op Grote Verzoendag is het verboden te eten en te drinken, zich te wassen en zich te zalven, schoenen aan te trekken en echtelijke gemeenschap te hebben’. (Misjna VIII,1, Misjna is een verzameling joodse godsdienstige wetten, in de 3e eeuw bijeengebracht).
Naast het vasten is er op Jom Kippoer een hele dag durende viering in de synagoge waarin onder meer schuld wordt beleden, psalmen gezongen, uit de heilige Schrift gelezen . Behalve ernst en ootmoed klinkt ook hoop door, want God is een God die zonden vergeeft.
De bevrijdende klank van de sjofar, de ramshoorn, sluit Jom Kippoer af en daarmee ook de 25 uur durende vasten.
Daarna begint het feestelijke ‘aanbijten’ het eten van heerlijke hapjes: ‘Proef en geniet: hoe zoet is de Heer; gelukkig is de mens die bij Hem gaat schuilen’ (psalm 34,9).

Behalve de Grote Verzoendag worden in het Oude Testament niet verplichte rouwdagen genoemd waarop gevast wordt ter herinnering aan( bijbel)historische gebeurtenissen. Ook nu nog gevierd in het jodendom. Zoals bijvoorbeeld de dag dat Nebukadnessar van Babylon het beleg om Jeruzalem slaat, de dag dat de muren van Jeruzalem het begeven, de dag dat de tempel gevallen is en de dag dat de bevolking in Babylonische ballingschap gaat. (2 Koningen 25)

Later is er de vastendag van Ester bijgekomen (de dag voor Poerim). Voordat zij trachtte haar volk in Babel te redden, vastte zij. (Ester 4,16) Hier is het vasten een voorbereiding voor een belangrijke stap of beslissing.

Vasten is daarnaast een reactie op groot verdriet.

Het verdriet kan zo afschuwelijk zijn, dat hij degene die het overkomt geheel verlamt en innerlijk verteert en toch ook weer volkomen voedt. De normale lichamelijke behoeften vervallen: de persoon vast als boete en als poging tot het ‘verbidden van God’. “Ik vergeet mijn brood te eten”, zei de dichter van Psalm 102.

Vasten kan ook een uitdrukking zijn van angst voor en keren van gevaar. Als de stad Ninevé vernietigd dreigt te worden vanwege de verdorven levenswijze van de bewoners, reageren de stedelingen als volgt: ‘Ze riepen vasten uit en sloegen zakken om van klein tot groot’, (Jona 3,5). En inderdaad, God ziet hen, krijgt spijt en brengt het onheil niet ten uitvoer.

In de loop van de tijd zijn vrome joden als vorm van een sobere levenswijze op maandag en donderdag gaan vasten (zie bijvoorbeeld: Lucas 18,12):

Vasten in het Nieuwe Testament
in de evangelies
"Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen." (Matteüs 6, 16-18)

Blijkbaar beschouwt Jezus vasten als vanzelfsprekend. Voor Hem hangt vasten direct samen met bidden tot de Vader én met liefde voor je medemensen. Hij zegt ook hoe je je moet gedragen als je vast. Hij waarschuwt uitdrukkelijk tegen mensen die alleen maar vasten om gezien te worden (Matteüs 6,1). Het grote gevaar van elk vasten is immers het louter uiterlijke vertoon, zonder innerlijke toewending of bekering tot God en je medemensen.

Jezus zelf bracht aan het begin van zijn openbare optreden 40 dagen en nachten door in de woestijn om er te vasten (Matteüs 4,1-2).
Dit gegeven is van grote invloed geweest op het ontstaan (vanaf de 4e eeuw) van de ‘ Vastentijd’ of 'Veertigdagentijd' als voorbereiding op het paasfeest.

Hoewel Jezus zelf vastte, laat hij ook de betrekkelijkheid ervan zien. Hij is bepaald geen genotsvijandige asceet.
Hij houdt van eten en drinken op zijn tijd. Er wordt zelfs over hem gezegd:
‘Kijk die veelvraat, die slemper, die vriend van tollenaars en zondaars.’(Lucas 7,34)

Of lees de tekst waar Jezus verweten wordt dat zijn leerlingen in tegenstelling tot de Farizeeën en de volgelingen van Johannes de Doper niet vasten:
"De leerlingen van Johannes en de farizeeën waren aan het vasten. Men kwam Hem zeggen: 'Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de leerlingen van de farizeeën wel, maar doen uw leerlingen dat niet?' Jezus zei hun: 'Kunnen de bruiloftsgasten soms vasten zolang de bruidegom bij hen is? Zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten. Maar er zullen dagen komen dat de bruidegom van hen is weggenomen, en dan, op die dag, zullen ze vasten." (Marcus 2,18-21)

Dus: als je vast, doe het dan met mate en weet dat voor Jezus vasten, bidden en aalmoezen geven bij elkaar horen!

In het boek van de Handelingen en de brieven van de apostelen
In het boek van de Handelingen schrijft de evangelist Lucas over het ontstaan van de kerk.
Over vasten zijn de volgende passages te vinden:
- Met vasten en bidden zond de kerk van Antiochië Paulus en Barnabas uit (Hand 13,12 v.).
- De oudsten (de presbyters) werden met gebed en vasten in hun ambt bevestigd (Hand 14,23).
- Cornelius vastte voordat hij naar Petrus wordt verwezen (Hand 10,30).

In de brieven aan de Korinthiërs schrijft Paulus een enkele keer over vasten:
- Paulus spreekt over zijn gewoonten bij het vasten (2 Korinthiërs 6,5 en 11,17)
- Hij stelt vasten en onthouding voor in bijzondere gebedsperioden in het gezinsleven (1 Korinthiërs 7,5).

In de Handelingen en de Brieven zien we dat vasten en bidden steeds samengaan. Ze gaan vaak vooraf aan belangrijke stappen.